Circulair gebouwbeheer is meer dan energiebesparing

Reuse Recycle Ecology Environment Go Green Meeting Concept

De uitdaging bij circulair vastgoedbeheer is je steeds af te vragen: hebben we dit wel echt nodig en kan het niet met wat minder? Energiebesparing staat vaak bovenaan het lijstje. Maar door de focus op energie worden andere elementen van het circulaire gedachtengoed weleens vergeten. “Energiemaatregelen zijn de quick wins, daarna wordt het lastiger.”

Ze zijn er, volledig circulaire gebouwen. Bekendste voorbeeld is het nieuwe gemeentehuis van Brummen. De Duitse architect en duurzaamheidsgoeroe Thomas Rau ontwierp daar een semi-permanente huisvesting met een levensduur van ongeveer twintig jaar. Na deze periode kan het gebouw volledig uit elkaar gehaald worden, waarbij de materialen opnieuw in de kringloop terechtkomen.

Bij bestaande bouw is het implementeren van de circulaire filosofie moeilijker, want een bestaand gebouw verduurzamen overstijgt het jaarlijkse onderhoudsbudget vele malen. Toch staan hier de ontwikkelingen niet stil – en dat is maar goed ook, want de bestaande bouw is vele malen groter dan de nieuwbouwsector. Verzekeraar ASR renoveerde in 2013 zijn kantoor in Utrecht. Na de verbouwing maakte het gebouw een energielabelsprong van G naar A. Maar de duurzaamheidsgedachte ging verder dan energie. Zo werd het oude meubilair na een opknapbeurt hergebruikt en werden tafels gemaakt van duurzaam beheerde bossen. Binnenkort zal de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag starten met circulaire renovatie en ook het UMC Utrecht heeft plannen in die richting kenbaar gemaakt.

Circulair gebouwbeheer gaat nog verder. Neem het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem. Dat werkt aan de inzet van vergistbare biobased materialen in ziekenhuisartikelen. Na gebruik worden wegwerpartikelen die daarvan gemaakt zijn – zoals serviesgoed, schorten en onderleggers – vermalen en in een vergistingsunit verwerkt tot energie.

In bestaande gebouwen kan circulair beheer het beste stap voor stap worden geïntroduceerd. Daar moet wel een goed plan aan ten grondslag liggen, zegt Bram Adema, directeur van duurzaam adviesbureau CFP. “Met een nulmeting en op basis daarvan een lijst maatregelen in de goede volgorde.” Inderdaad staat energiebesparing hoog op die lijst. “Energiebesparing betaalt zich heel snel terug. En energiemaatregelen zijn heel concreet en meetbaar.”

Maar dan komen de andere grondstoffen. “Hoe gebruik je zo min mogelijk ruimte, lucht, water, stenen, plastic”, zegt Adema. Daarbij geldt de stelregel: kijk eerst of je iets wel echt nodig hebt, dan of het cradle-to-cradle te verkrijgen is. Als dat niet lukt, shop dan bij gerecyclede producten.

Eerder dit jaar ondertekenden meer dan zestig marktpartijen de Green Deal Circulaire Gebouwen. CFP is samen met het Rijk de initiatiefnemer van deze ‘deal’, die verder ondersteund wordt door organisaties als de Dutch Green Building Council (DGBC), Duurzaam Gebouwd en Facility Management Nederland (FMN). Adema: “Hieruit moeten zeven praktijkcases voortkomen en ook een handleiding die het voor iedereen mogelijk maakt circulaire gebouwen te realiseren.”

Producenten en leveranciers krijgen bij circulair beheer een steeds prominentere rol toebedeeld. Want van hen moet de informatie komen of een product wel echt duurzaam is. Marcus Boesenach, adviseur bij het bedrijf DuurzaamGebouw, ziet dat er op dit vlak nog verbeteringen mogelijk zijn. Facility managers en inkopers hebben namelijk een zware kluif aan het beoordelen van alle leveranciers op hun duurzame merites. In Australië bestaat sinds een jaar de website Qualitytrade.com, waar duizenden producten op een aantal MVO-aspecten kunnen worden beoordeeld. Een Nederlands equivalent is er nog niet. “Hier moet echt nog een slag gemaakt worden”, zegt Boesenach, “er moet in Nederland een tool komen die aangeeft hoe duurzaam producten zijn. Op basis daarvan wordt je inkoopproces een stuk makkelijker.”

Producenten en leveranciers kunnen facility managers en inkopers een goede dienst bewijzen door zich actiever op te stellen en mee te denken. Een tapijtfabrikant als Interface heeft dat goed begrepen. Die neemt na een aantal jaren de vloertegels in en verwerkt de gerecyclede materialen weer in nieuwe producten. “Zo neem je niet meer een product van een leverancier af, maar een dienst”, zegt Boesenach.

Toch ligt er een gevaar op de loer. “Die nieuwe constructies zijn geen Haarlemmerolie. Als het doel van het inkopen van zo’n dienst louter is om risico’s en investeringen te vermijden, dan is de kans groot dat het niet duurzaam uitpakt. Ik verwacht de komende twintig jaar zeker nog wel groei van het werken met deze constructie, maar vooralsnog wordt de belofte niet waargemaakt.”

Tekst: Tijdo van der Zee

,